Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg)

Na de vestiging van een gemeentelijk voorkeursrecht dienen grondeigenaren hun perceel bij een voorgenomen verkoop als eerst aan de gemeente aan te bieden. De Wet voorkeursrecht gemeenten (ook wel bekend als Wvg) is dan ook bedoeld om de positie van met name gemeenten op de grondmarkt te versterken zodat zij beter regie kunnen houden bij de beoogde herontwikkeling van een gebied.

Een voorkeursrecht kan worden gevestigd indien aan gronden een niet-agrarische bestemming toegekend wordt (of wordt toegedacht), die afwijkt van het huidige gebruik. Voor het vestigen en continueren van een voorkeursrecht zijn maximaal twee vestigingsbesluiten nodig. Eerst neemt het College van Burgemeester en Wethouders een besluit, dat binnen 3 maanden daarna moet worden bestendigd door de gemeenteraad. Een aandachtspunt is, dat als het daaropvolgende planologische besluit (in de meeste gevallen de vaststelling van een structuurvisie of een bestemmingsplan) niet tijdig wordt genomen, het voorkeursrecht van rechtswege vervalt. Nadat een eigenaar zijn grond onder Wvg heeft aangeboden aan de gemeente, heeft de gemeente hierna zes weken de tijd om te beslissen of zij in beginsel bereid is om de aangeboden gronden aan te kopen. Wanneer partijen het niet eens worden over de prijs kan de rechtbank worden gevraagd de werkelijke waarde te bepalen. Wij kunnen gemeenten adviseren bij het vestigen van het voorkeursrecht en alle procedures die daaruit voortvloeien. Wij staan ook bedrijven en particulieren bij die te maken krijgen met een voorkeursrecht op hun eigendom.

Naar verwachting zal per 1 januari 2021 de Omgevingswet in werking treden. Wij voorzien geen grote wijzigingen (behoudens enkele procedurele aanpassingen) in de voorkeursrecht regeling. Uiteraard zijn wij voorbereid op de procedurele aanpassingen die nodig zijn en volgen wij de ontwikkelingen op de voet.