Update: Onteigeningsprocedure wel of niet in gang zetten voor 1 januari 2022; een strategische keuze

maandag 18 januari 2021 Geschreven door Addie Streefkerk
De Onteigeningswet en het huidige recht zijn
gedurende de gehele administratieve en gerechtelijke
onteigeningsprocedure van toepassing op verzoeken die voor 1 januari 2022 (vooralsnog de beoogde datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet) zijn ingediend.
Met de komst van de Omgevingswet zal het instrument onteigening en met name de administratieve onteigeningsprocedure ingrijpend veranderen. 

Nieuw is dat de gemeenteraad de onteigeningsbeschikking neemt, waarin de gronden ter onteigening aangewezen worden. Er kunnen vervolgens zienswijzen ingediend worden op de ontwerpbeschikking en er kan een hoorzitting gehouden worden. De onteigenings-beschikking dient binnen zes weken na de kennisgeving van de terinzagelegging daarvan te worden toegezonden aan de rechtbank (sector bestuursrecht) die gaat over het gebied waar de te onteigenen zaken zijn gelegen. Binnen die zes weken kunnen belanghebbenden bedenkingen indienen op de onteigeningsbeschikking bij de rechtbank. Vervolgens doet de rechtbank uitspraak binnen zes maanden na afloop van de bedenkingentermijn als geen bedenkingen zijn ingebracht en anders binnen zes maanden na ontvangst van de reactie van de gemeente op de bedenkingen. Met de uitspraak van de rechtbank wordt de onteigeningsbeschikking bekrachtigd. Daarna is hoger beroep mogelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Deze procedure is compleet anders dan de huidige administratieve onteigenings-procedure, waarbij de gemeenteraad het verzoekbesluit tot aanwijzing ter onteigening van gronden neemt en dit voordraagt aan de Kroon. De huidige procedure, waarvan ook de zienswijzemogelijkheid en het houden van een hoorzitting onderdeel zijn, is reeds jaren bestendige praktijk met voldoende waarborgen voor de rechtszekerheid van eigenaren c.q. zakelijk gerechtigden van wie gronden benodigd zijn.

Wat kunnen we verwachten als  een onteigeningsprocedure wordt gestart onder de vigeur van de Omgevingswet:
 
  • Kans op kinderziektes, mogelijk te ondervangen door aanvullingswetgeving. 
  • Niet alleen de onteigeningsprocedure is nieuw, maar ook de planologische grondslagen zoals een omgevingsplan, projectbesluit of vergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit.
  • Gemeenten, rechtbanken en de Afdeling bestuursrechtspraak hebben (nog) geen ervaring met de nieuwe wet. De bestuursrechter en de Afdeling ook niet met de huidige Onteigeningswet.
  • De algemene verwachting is dat de procesgang in de administratieve procedure langer gaat duren (beroep in twee instanties).
  • De rol van de notaris die de akte moet verlijden is nieuw. De onteigenaar moet het verzoek tot het verlijden van een onteigeningsakte binnen twee maanden na dagtekening van de bekrachtiging van de onteigeningsbeschikking aan de notaris doen.
Ons advies is dan ook: maak gebruik van de huidige procedure nu dat nog kan. De datum van de raadsvergadering waarin het verzoekbesluit wordt genomen en de datum van verzending van het verzoekbesluit aan de Kroon zijn bepalend voor de behandeling onder de huidige wetgeving. 

Als de Omgevingswet in werking treedt op de beoogde datum 1 januari 2022 is ons advies, om het (nieuwe) bestemmingsplan, waarop het verzoekbesluit is gebaseerd, vast te stellen én vervolgens in dezelfde vergadering het verzoekbesluit te nemen uiterlijk 1 november 2021, zodat er voldoende tijd is om het onteigeningsdossier in orde te maken en aan de Kroon voor te dragen voor 1 januari 2022. 

Voor een uitgebreidere toelichting over de verschillen tussen de huidige procedure en de procedure onder de Omgevingswet verwijs ik naar mijn artikel in onze nieuwsbrief van november 2020.

Inmiddels heeft de Eerste Kamer op 12 januari 2021 aangegeven meer tijd nodig te hebben dan de (minimale) vier weken voor de behandeling van het ontwerp Koninklijk Besluit dat de inwerkingtreding van de Omgevingswet regelt (de zogeheten voorhangprocedure). Er zijn nog grote vraagtekens over het Digitale Stelsel Omgevingswet, het kostenverhaal en de uitvoerbaarheid van de nieuwe wet. De planning was dat op 3 februari 2021 de behandeling en op 3 maart 2021 de stemming zou plaats vinden. Nu het kabinet Rutte III op 15 januari 2021 gevallen is, kan het voorgehangen ontwerp Koninklijk Besluit controversieel worden verklaard. Dan wordt de behandeling door de Eerste Kamer uitgesteld tot na de verkiezingen. De Eerste Kamer kan het ontwerp Koninklijk Besluit dan weer in behandeling nemen als het nieuwe kabinet het voorstel niet meer controversieel heeft verklaard. Uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet is niet ondenkbaar.

U kunt voor meer informatie over strategische grondverwerving c.q. onteigening contact met ons opnemen.