Uitstel Omgevingswet: voor uitoefenen macht is prestige belangrijker dan goede wetgeving

vrijdag 3 april 2020 Geschreven door Peter Overwater
De leden van de Eerste Kamer zijn verkeerd geïnformeerd
door de minister bij de stemming over de Aanvullingswet
Grondeigendom bij de Omgevingswet in maart 2020 en de Invoeringswet Omgevingswet in februari 2020. Er was toen op het ministerie al bekend dat het alleen al technisch vanwege het niet afgerond zijn van het Digitaal Stelsel Omgevingswet, niet mogelijk zou zijn de wet per 1 januari 2021 in te voeren. Maar de minister heeft dit niet gedeeld met de Kamer.

Dit betekent dat het politiek en ambtelijk belangrijker wordt gevonden om het vastgestelde einddoel te halen dan het tot stand brengen van een goede wet en ook dat er geen ruimte is voor de eventuele tussenconclusie dat het einddoel niet gehaald kan worden en beter van de voorgenomen wet kan worden afgezien.

Het halen van het benoemde doel is dus voor publieke organen als ministeries en de VNG politiek, qua aanzien zo belangrijk dat dat alles overheersend is.
Ook heiligt het doel dan middelen als het tegen beter weten in de boodschap uitdragen dat de wet er tijdig kan komen en het onjuist en niet informeren van de buitenwereld. Waarbij elke vraag van buiten dan wordt bejegend met een air van morele superioriteit, van hoe durf je dit streven naar het algemeen belang niet te ondersteunen.

Dat wordt dan overgenomen (of geïnitieerd?) door de uitvoerende ambtenaren van ministeries en andere partijen als de VNG, versterkt door een grote groep belanghebbenden bij de wetgeving als adviseurs, aanbieders van cursussen etc. Waarbij niet uitgesloten is dat het nog een slag erger is, namelijk dat de ambtenaren, het Haagse apparaat, de ministers ook niet juist informeert.

Wat erg dat het uitoefenen van macht en het er daarvoor alles aandoen om het prestige overeind te houden ten koste gaat van de kwaliteit van de wetgeving en dus onze maatschappij.