Uit de praktijk: woningen en dijkversterking

dinsdag 10 juli 2018 Geschreven door Erik Pekelder

Nederland, Waterland….

Een groot gedeelte van Nederland ligt beneden zeeniveau.
Daar komt bij dat ons land in de delta van een aantal grote rivieren
met enorme piekafvoeren ligt. Tel bij deze gegevens de klimaatverandering en de zeespiegelstijging op en u weet waarom de overheid zwaar inzet op het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Voor het rivierengebied komt dat neer op dijkversterking, hetgeen in de praktijk neerkomt op dijkverhoging en dijkverbreding.

 

Nederland kent 4 grote stroomgebieden; Maas, Rijn, Schelde en Eems. Het stroom­gebied van de IJssel is een afgeleid stroomgebied van de Rijn. De Rijn is met afstand het grootste stroomgebied in de Lage Landen, gevolgd door de Maas.

 

De waterafvoer van een grote rivier is niet constant. Bij een groot aanbod van smeltwater of regenwater loopt de piekafvoer in Nederland op. Met name deze hoge piekafvoeren zorgen voor overstromingsgevaar. Doordat het weer steeds meer extreme situaties oplevert en bovendien de afvoer van rivierwater wordt belemmerd door een stijgende zeespiegel, zijn maatregelen ter bescherming van het achterland noodzakelijk.

 

Een rivier volgt normaal gesproken de hoofdstroom in het zomerbed binnen de zomerdijken, met in het midden van de rivier de vaargeul. Als er sprake is van een piekafvoer, treedt de rivier buiten het zomerbed en vult het de uiterwaarden tot aan de winterdijken. Deze liggen op een hoger peil dan de zomerdijken. De naam winterdijk verraadt al dat deze piekafvoeren voornamelijk in het winterseizoen plaatsvinden. Maar ook in de zomer kunnen de uiterwaarden onderlopen, bijvoorbeeld bij zware en aanhoudende regenval stroomopwaarts.

Rijkswaterstaat kan, in samenwerking met de uitvoerende Waterschappen, verschillende maatregelen nemen om er voor te zorgen dat verhoging van de waterafvoer niet tot overlast in het achterland leidt. In onderstaande infographic is een aantal maatregelen uitgewerkt.

 

Om de rivier zoveel mogelijk ruimte te geven en het winterbed maximaal te kunnen benutten, zal bij dijkversterkingswerkzaamheden vrijwel altijd ruimte worden gezocht aan de buitenzijde van de dijk, dus van de rivier af. De bewoners van dijkwoningen hebben te maken met maatregelen als dijkverhoging en dijkverzwaring. Dat is voor die bewoners veelal een grote ingreep, de woningen kunnen niet altijd gehandhaafd blijven of het woongenot wordt aangetast, doordat het uitzicht door de dijkverhoging ontnomen wordt.

 

Woning wel of niet handhaven?

Bij het ontwerpen van een dijkversterkingsproject wordt doorgaans bekeken of een woning moet wijken of kan worden gehandhaafd. Wanneer de woning kan blijven staan en de dijk wordt in de directe omgeving versterkt, dan is het voorkomen van bouwkundige schade aan het woonhuis een belangrijk aandachtspunt. Als de woning moet wijken, houdt het denkwerk over alternatieven op. Een woning kan de waterveiligheid in de weg staan en zal om die reden moeten worden geamoveerd. Voor sommige bewoners is dit een vreselijke boodschap, voor anderen is dat een acceptabele boodschap. Zij vinden het prima, ontvangen een schadevergoeding en gaan elders een nieuw leven opbouwen.

 

Er zijn echter alternatieven. In het project aan de Lekdijk hebben wij, in goed overleg met de woningeigenaren en het Waterschap Rivierenland, mogelijkheden uitgewerkt om de woning op de eigen kavel te verplaatsen of te herbouwen, waarbij het karakter van de woning blijft behouden. Daarbij hebben we tevens gewerkt aan een uitvoering, waarbij de woning bij een toekomstige ingreep in het dijklichaam, kan worden gehandhaafd. In een aantal gevallen is dat bereikt door, voor de laag grond waarmee de dijk versterkt werd, een erfdienstbaarheid te vestigen, zodat het perceel niet hoefde te worden onteigend.

 

Wonen aan een rivierdijk is over het algemeen een zeer bewuste keuze. Het eigenzinnige karakter van een dijkhuis, het weidse uitzicht over het rivieren­gebied en de saamhorigheid in deze streken, die mede is ontstaan omdat men gezamenlijk natuurkrachten weet te weerstaan, zorgen ervoor dat een eigenaar zijn woning niet graag verlaat. Als je als adviseur dan met oplossingen kunt komen die leiden tot een win-winsituatie in de vorm van het behoud van de woonplek, dan geeft dat een goed gevoel.

 

Advies nodig?

In de komende jaren zullen veel werkzaamheden in het kader van het Hoog­water­beschermings­programma worden uitgevoerd. Uit de planning blijkt dat er tot 2023 nog ruim 500 km aan dijken versterkt zullen moeten worden. Veel woningeigenaren komen voor de keuze te staan hoe zij met deze plannen om zullen gaan. Het is hoe dan ook aan te raden om in een dergelijk proces zich goed te laten adviseren. Als u gehecht bent aan uw dijkwoning, onderzoeken wij graag met u wat de mogelijkheden zijn om ter plekke te kunnen blijven wonen. Als u daar vragen over hebt, neem dan gerust contact met ons op.