Sturend Grondbeleid weer volledig actueel

vrijdag 22 juni 2018 Geschreven door

In 2002 schreef mijn collega Peter Overwater het boek
"Sturend Grondbeleid: wie de grond heeft, die bouwt". De publicatie
gaat over de vraag hoe het bestaande grondbeleidsinstrumentarium zo goed mogelijk kan worden ingezet voor het realiseren van nieuwe bouwlocaties. De belangrijkste stelling van Peter daarbij was dat het onderscheid tussen actief en passief (ook wel: faciliterend) grondbeleid achterhaald is, dat er geen locatie is waar niet wordt samengewerkt door gemeente en ontwikkelaars en dat het (sturend) grondbeleid moet worden toegespitst op de specifieke omstandigheden van een bepaalde locatie.

 

Zestien jaar later is het concept Sturend Grondbeleid nog steeds actueel, misschien zelfs wel actueler dan ooit. Na een aantal jaren van economische tegenspoed zit de behoefte aan locatieontwikkeling weer in de lift. In de Nationale Woonagenda 2018-2021 die de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kortgeleden met een aantal partijen heeft afgesloten, wordt gesproken over 75.000 nieuwe woningen per jaar, tot 2025. Bestaande plannen moeten worden versneld en er moet kritisch gekeken worden naar de plancapaciteit op de middellange termijn, met aandacht voor vraagstukken op het gebied van mobiliteit, energietransitie, duurzaamheid en krimp.

 

Het grondbeleid gaat daarbij een belangrijke rol spelen. Gaat de gemeente het voorkeursrecht vestigen op de nieuwe locatie? Wordt het bestemmingsplan een globaal eindplan (of een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte?) of wordt voor een gedetailleerd bestemmingsplan gekozen? Wie zijn de eigenaren in het plangebied en zijn die bereid en in staat tot zelfrealisatie? Op welk moment en op welke wijze worden de (markt)partijen in het plangebied betrokken? Wordt het kostenverhaal geregeld met een anterieure overeenkomst, of moet er een exploitatieplan worden opgesteld? En indien er geen overeenstemming tot stand komt, zal dan uiteindelijk de weg van de onteigening worden ingezet?

 

Het concept Sturend Grondbeleid beschouwt al deze vragen in hun onderlinge samenhang. Maatwerk per locatie dus, gericht op het tijdig realiseren van bestuurlijk gewenste veranderingen in het grondgebruik, waarbij kostenverhaal is verzekerd. De gemeente fungeert als trekker, maar kiest niet noodzakelijk voor actief óf passief grondbeleid. Partijen met belangen in het plangebied worden zo vroeg mogelijk om input gevraagd en het (onder)handelen met deze partijen is gericht op het bereiken van overeenstemming om de locatie gezamenlijk te ontwikkelen. Het grondbeleid volgt de specifieke omstandigheden van de locatie, en dus niet andersom. En mocht het niet lukken om tot een overeenstemming te komen, dan is het zaak dat de gemeente weloverwogen en tijdig haar publiekrechtelijke bevoegdheden inzet.

 

Wilt u meer weten over het concept Sturend Grondbeleid? Wilt u als gemeente het concept Sturend Grondbeleid toepassen? Overwater kan u daarin begeleiden en daarbij de noodzakelijke grondbeleidsinstrumenten (indien gewenst turnkey) toepassen. Neem gerust contact op voor meer informatie.