Gevolgen van dijkversterking

woensdag 27 maart 2019 Geschreven door Erik Pekelder
In de komende jaren zal een groot aantal zeedijken
en rivierdijken versterkt worden, dit vloeit voort uit het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Diverse waterschappen en hoogheemraadschappen voeren momenteel onderzoeken aan de dijken uit en stellen projectplannen voor de dijkversterking op. De dijkbewoners worden intensief bij de planvorming betrokken.
 
Voor dijkversterking gelden drie hoofdprincipes: binnendijks versterken, buitendijks versterken of het aanbrengen van een langsconstructie in de dijk. Bij binnendijkse of buitendijkse versterking wordt er een laag grond tegen de dijk aangebracht en wordt de voet van de dijk verbreed. Het doel daarvan is onder andere om de dijk stabieler te maken. Bij een langsconstructie wordt er bijvoorbeeld een damwand in de dijk aangebracht, al dan niet in combinatie met het ophogen van de dijk. Zo'n constructie is bedoeld om het afschuiven van de dijk te voorkomen. Hoewel veel dijkbewoners zich wel realiseren dat de dijk versterkt moet worden, kan dijkversterking ondanks een zorgvuldige planvorming een grote invloed hebben op de directe omgeving van de dijk.
 
Bij de vorige dijkversterking, tussen Kinderdijk en het Schoonhovenseveer, moest een groot aantal woonhuizen wijken om de zogenaamde steunbermen aan te kunnen leggen. Het waterschap en de gemeente hebben het mogelijk gemaakt om na de dijkversterking woonhuizen op de steunbermen terug te bouwen. Voor onze opdrachtgevers hebben wij overleg met het waterschap gevoerd over tijdelijke huisvesting elders en over vergoeding van de te betalen huur. Ook hebben wij de schadeloosstelling berekend voor het herbouwen van een woonhuis en het opnieuw inrichten van de tuin. Het waterschap stelde de eis dat de fundering aan speciale specificaties moet voldoen, om het woonhuis bij een toekomstige dijkversterking te kunnen opvijzelen en het perceel opnieuw met grond te kunnen aanvullen. De speciale fundering bracht hogere kosten met zich mee dan een reguliere fundering voor een woonhuis. Ook stelde het waterschap extra eisen aan de heipalen. Zo diende er een groter aantal heipalen gebruikt te worden vanwege het bouwen op de steunberm. Deze meerkosten maakten deel uit van de schadeloosstelling.
 
Er is met het waterschap ook overleg gevoerd over de wijze van oplevering van de steunberm, zoals de kwaliteit van de grond en het moment van oplevering. In een aantal gevallen is de steunberm later opgeleverd dan aanvankelijk de bedoeling was, omdat de grond nog onvoldoende gezet was om een woonhuis te kunnen bouwen. Hierdoor hebben de bewoners langer elders moeten wonen en werd de bouw van het nieuwe woonhuis duurder door de stijging van de bouwkosten. Met deze omstandigheden is in de overeenkomst met het waterschap rekening gehouden.
 
Er dienden met het waterschap ook afspraken gemaakt te worden over de steunbermen zelf. De steunbermen werden aangebracht op de eigendom van onze opdrachtgevers. De steunbermen zouden dan door natrekking eigendom worden van onze opdrachtgevers, maar het waterschap wilde aanvankelijk eigenaar van de steunbermen blijven in verband met onderhoud. Er diende voor het grondlichaam van de steunbermen daarom een regeling getroffen te worden. Het waterschap stelde voor om een recht van erfpacht of opstal te vestigen voor de steunbermen. Dat was echter niet mogelijk, omdat er bovenop de steunbermen woonhuizen gebouwd moesten kunnen worden, die uiteraard eigendom moesten blijven van onze opdrachtgevers. Verder zou het vestigen van een recht van erfpacht of opstal problemen geven bij de hypotheekverstrekkers. Het waterschap wilde met name dat uit de openbare registers van het Kadaster kenbaar zou zijn dat er op de percelen van onze opdrachtgevers steunbermen zijn aangebracht, waaraan in de toekomst werkzaamheden moeten worden uitgevoerd. Het waterschap heeft toen in overleg met Overwater een erfdienstbaarheid geformuleerd. Daarin zijn onder andere de voorwaarden opgenomen waaronder het waterschap toegang heeft tot de steunbermen ten behoeve van inspectie en onderhoud.
 
De plannen voor de komende dijkversterkingen lijken uit te gaan van het zoveel mogelijk handhaven van de woonhuizen aan de dijken. Voor veel dijkvakken is in het voorkeursalternatief ter hoogte van woonhuizen voorzien in het aanbrengen van een langsconstructie. De invloed van de dijkversterking op de directe omgeving kan daardoor wellicht beperkt blijven. Het voorkomen van schade aan gebouwen vormt daarbij een aandachtspunt. Verder zal in diverse gevallen tuinherstel nodig zijn. Het is van belang om daarover vooraf goede afspraken te maken. Neem gerust contact op om de mogelijkheden te bespreken.