Regionale Energie Strategie: meer van hetzelfde?

donderdag 4 februari 2021 Geschreven door Jeroen Krijgsman
Zonneparken zijn steeds meer een gewoon
onderdeel van het Nederlandse landschap aan het worden.
Het grootschalig ontwikkelen van zonneparken is niet zonder controverse. Immers, zonlicht kan maar éénmaal door een collector opgevangen worden en waar dat om een paneel gaat hebben de plantaardige collectoren het nakijken. Momenteel is het zo dat, daar waar een geschikte aansluiting op het elektriciteitsnet mogelijk is, de subsidieregeling voorziet in een opbrengst per hectare die vele malen hoger is dan kan worden bereikt met landbouw.  

De Regionale Energie Strategie (RES) is een instrument om op regionaal niveau afspraken te maken over de opwekking van duurzame elektriciteit door middel van zon en wind, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag- en energie-infrastructuur. Decentrale overheden in iedere RES-regio (gemeenten, waterschappen en provincie) maken zelf een strategie. Daarvan zijn er 30 in Nederland. Zij betrekken daarbij maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven. Iedere regio formuleert zijn eigen energiedoelstellingen en bepaalt hoe die uiterlijk in 2030 bereikt zullen worden. 

De energietransitie vraagt om innovatie, werkelijke vernieuwing waarmee problemen waar men met de huidige verduurzamingsmaatregelen tegenaan loopt worden opgelost. Duidelijk is dat alleen met opwekking uit zon en wind en waar mogelijk warmtenetten een concurrerende, volledig fossielvrije energievoorziening niet bereikt kan worden. Knelpunten zijn er bijvoorbeeld in de vorm van opslag, langdurige leveringsgarantie van restwarmte en biomassa, grootschalige toepassing van zonnepanelen op daken die maar niet van de grond komt, netwerkcapaciteit en pieken in zowel elektriciteitsproductie als -vraag. 

De RES'en zetten desondanks voornamelijk in op het opschalen van de op dit moment gangbare praktijk. Het aanleggen van zonnevelden en windmolens vormt de hoofdmoot van de aangedragen oplossingen, naast het inzetten op warmtenetten voor sterk verstedelijkte gebieden. Ook is zichtbaar dat windmolens op veel minder enthousiasme kunnen rekenen dan zonnepanelen, het zorgen voor een goede mix op dat gebied wordt niet binnen iedere regio opgepakt. Op dit moment ontstaat daardoor de indruk dat de RES er vooral toe zal leiden dat er meer ruimte komt voor zonnevelden met een grote ruimtevraag. Ieder voor zich komen de regio's dus met hun eigen standaardoplossing, waarbij geïdentificeerde knelpunten niet baanbrekend opgelost worden. De nadelen van deze weg, de immer aanwezige noodzaak van subsidie en de steeds toenemende druk op schaarse ruimte, wegen zwaar. 

Met het realiseren van de RES-ambitie zal het gebruik van fossiele brandstoffen wel weer een stuk verminderen. De ambitie zou echter veel verder kunnen gaan door veel nadrukkelijker in te zetten op innovatie. Het aanjagen daarvan is bij uitstek een activiteit waarbij de overheid, in samenwerking met partners, een belangrijke rol zou moeten vervullen. 

In het RES-proces is momenteel echter de betrokkenheid van kennisinstellingen en innovatieve bedrijvigheid niet zichtbaar. Universiteiten zijn geen partner, werkelijk innovatieve bedrijven evenmin en de triple-helix (waarbij overheid, bedrijfsleven en kennispartners samenwerken) wordt als innovatiedrijver niet in werking gesteld. Regionale overheden, energiebedrijven en netbeheerders maken de dienst uit. Dat werkt gecentraliseerde standaardoplossingen in de hand zoals ook terug te zien is in de concept RES'en. De ambitie is om het bedrijfsleven in de uitwerking te betrekken. Dat is laat, want dan ligt er al heel wat vast en kunnen bedrijven zich alleen nog inschrijven om de vastgestelde oplossingen te realiseren. De nadelige (ruimtelijke) consequenties moeten dan als voldongen feit worden geaccepteerd, omdat gemeenten zich aan hun deel van de opgave hebben gecommitteerd.

De meeste concept RES'en bevatten nog nauwelijks concrete ruimtelijke plannen. Wat wel min of meer als gegeven wordt aangenomen is dat de huidige oplossingen hoe dan ook veel (groene) ruimte zullen vragen. Een gemiste kans, omdat werkelijke innovatie, ook gericht op het reduceren van negatieve ruimtelijke impact, uitblijft.

Waar een optimale ruimtelijke inpassing als noodzaak is benoemd, geldt dat ook voor het omgaan met eigendom en gebruiksrechten van grond. Overwater Grondbeleid Adviesbureau is gespecialiseerd in het adviseren van zowel overheden als particulieren en bedrijven, daar waar bijvoorbeeld een functiewijziging ten behoeve van duurzame energieopwekking leidt tot het moeten verwerven van grond of anderszins compenseren van eigenaren of gebruikers. Wij wisselen hierover graag met u van gedachten.