Regionale Energie Strategie stelt nieuwe eisen aan grondbeleid

dinsdag 12 mei 2020 Geschreven door Jeroen Krijgsman

In juni 2019 is het Klimaatakkoord gepresenteerd door
de regering. Doel is de landelijke CO2 uitstoot drastisch te
verminderen onder andere door middel van een energietransitie. In de Regionale Energie Strategie (RES) speelt energieopwekking uit zon en wind een rol, naast bijvoorbeeld de aanleg van warmteleidingen en -netten. Ten behoeve van een effectieve aanpak is Nederland opgedeeld in 30 energieregio’s, die ieder moeten bepalen hoe die energietransitie het best kan worden vormgegeven. Iedere regio zal een RES opstellen. Zeeland was op 10 maart 2020 de eerste regio die haar RES 1.0 presenteerde.
 
Oorspronkelijk moesten de regio's op 1 juni 2020 de concept-RES aanleveren.
In verband met de coronamaatregelen is die deadline verruimd naar 1 oktober 2020. De indieningstermijn voor de definitieve RES is verschoven van 1 maart 2021 naar 1 juli 2021.
 
Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) zal deze vervolgens analyseren aan de hand van een viertal invalshoeken, te weten:

  • kwantiteit, dus hoeveel duurzame energie er volgens het plan wordt opgewekt;
  • ruimtegebruik, de vertaling van de RES'en naar ruimtelijke opgaven;
  • energiesysteemefficiëntie, de inpassing van de maatregelen in het gehele energiesysteem en -infrastructuur;
  • bestuurlijk draagvlak en maatschappelijke betrokkenheid.
Vanzelfsprekend is voor onze praktijk de vertaling naar een ruimtelijke opgave het meest interessant. De behoefte decentraal in duurzame energie te voorzien zal gevolgen hebben voor (het optimaliseren van) het gebruik van schaarse ruimte.
 
Voor gemeenten betekent dit dat het grondbeleid op dit punt goed tegen het licht gehouden moet worden, en mogelijk moet er ook nieuw beleid geformuleerd worden. Hiermee hangt de vraag samen of het in het kader van de realisatie van de strategie wenselijk en/of noodzakelijk is een actieve, ontwikkelende rol te kiezen met bijbehorend actief grondbeleid.
 
Het Klimaatakkoord stelt dat ontwikkelingen zoveel mogelijk aan de markt overgelaten moeten worden. Bijvoorbeeld bij het realiseren van een zonne- of windproject volstaat het dan om faciliterend beleid te voeren, door het wijzigen van het bestemmingsplan. In de praktijk blijkt een faciliterende rol van de gemeente vaak voldoende te zijn.
 
Echter, er zullen ook complexe opgaven zijn, bijvoorbeeld vanwege het grote aantal betrokken partijen en/of grondeigenaren, ieder met hun eigen belang. Dit brengt risico's met zich mee, die niet in alle gevallen door de markt gedragen kunnen worden. Daarnaast stelt het Klimaatakkoord dat gestreefd moet worden naar 50% lokale participatie in de vorm van een energiecoöperatie. Hiermee is nog maar weinig ervaring opgedaan.
 
Daar waar projecten complexer zijn, kan een actieve rol van de lokale overheid noodzakelijk zijn om voldoende voortgang te bewerkstelligen. Hierbij kan ook actief grondbeleid noodzakelijk zijn, waarbij ervoor wordt gezorgd dat, met inzet van het aan de gemeente ter beschikking staande gereedschapskist aan grondbeleidsinstrumenten, de projecten daadwerkelijk tot realisatie komen. Daarbij kan het voorkomen dat gemeenten overgaan tot het strategisch verwerven van noodzakelijke gronden.
 
Overwater staat steeds vooraan bij nieuwe ontwikkelingen, en ook op het gebied van energieprojecten hebben wij reeds de nodige ervaring opgedaan. Wij denken daarom graag met u mee over hoe de in de RES te verwoorden ambities praktisch tot uitvoering kunnen komen. 

Klik hier om verder te lezen over de RES.