Oneigenlijk gebruik van het begrip staatssteun bij onderhandelingen ter voorkoming van onteigening

maandag 21 november 2016 Geschreven door Olaf van den Broek

Een belangrijk deel van onze praktijk bestaat uit het
begeleiden van onteigeningstrajecten. Wij staan bij deze
trajecten enerzijds de onteigende, anderzijds op andere locaties de overheid bij tijdens de onderhandelingen ter voorkoming van onteigening en een eventuele rechtsgang.

Bij onderhandelingen over de hoogte van een schadeloosstelling wordt vaak overeenstemming bereikt op basis van een agrarische waarde met een plus. Partijen komen dit overeen om dan geen procedure te hoeven voeren. Bijkomend voordeel voor de overheid is dan dat de kosten van een procedure worden bespaard en zij tijdig over de grond kan beschikken.

Tegenwoordig wordt wel namens de overheid bij onderhandelingen naar voren gebracht dat het betalen van een plus niet is toegestaan, want dit zou leiden tot staatssteun.

In deze blog stel ik de vraag aan de orde of het betalen van een plus ter voorkoming van onteigening als staatssteun kwalificeert en dus niet is toegestaan.
Daartoe omschrijf ik hierna het begrip staatssteun en pas dat toe op de situatie waarbij een plus wordt betaald ter voorkoming van onteigening.

Het begrip staatssteun
De Europese Unie streeft naar onvervalste mededinging in de interne markt. Handelingen waarbij publieke autoriteiten voordelen toekennen aan marktpartijen waardoor de mededinging wordt verstoord, worden beschouwd als staatssteun en zijn niet toegestaan.
Dit is uitgewerkt in de Europese regelgeving waar is bepaald dat er sprake is van staatssteun als:

  • de overheid de steun verleent of betaalt met overheidsmiddelen;
  • één bedrijf of enkele bedrijven economisch voordeel krijgen door de steun, die zij onder normale marktvoorwaarden niet zouden hebben verkregen;
  • de verleende steun alleen geldt voor één of meer bedrijven of sectoren;
  • de verleende steun zorgt voor oneerlijke concurrentie en mogelijk invloed heeft op de handel tussen lidstaten.

Dit zijn cumulatieve vereisten, dat wil zeggen dat als één van de vereisten niet van toepassing is er geen sprake is van staatssteun.
Er zijn uitzonderingen mogelijk, hierover beslist de Europese Commissie, maar deze zijn mijns inziens bij het onderwerp van deze blog niet aan de orde.

Staatssteun en het betalen van een plus ter voorkoming van onteigening
Bij of ter voorkoming van onteigening heeft de onteigende recht op een volledige schadeloosstelling waardoor hij voor en na de onteigeningsprocedure in dezelfde vermogens- en inkomenspositie verkeert. De volledige schadeloosstelling bestaat uit de waarde van het object, de waardevermindering van het overblijvende, een vergoeding voor inkomensderving indien daar sprake van is en de bijkomende schaden. Een volledige schadeloosstelling bij of ter voorkoming van onteigening vormt geen staatssteun.

De vraag is nu of het in het kader van een volledige schadeloosstelling betalen van een plus ter voorkoming van onteigening staatssteun oplevert.

Op basis van de Europese regelgeving kan staatssteun alleen aan de orde zijn als er sprake is van een bedrijf. In een situatie waarin met een particulier wordt onderhandeld over de hoogte van de schadeloosstelling ter voorkoming van onteigening is staatssteun dus uitgesloten.

In het geval dat de onderhandelingen ter voorkoming van onteigening met een (agrarisch) bedrijf worden gevoerd, is één van de (cumulatieve) vereisten van staatssteun dat een bedrijf economisch voordeel krijgt die zij onder normale marktvoorwaarden niet zou hebben verkregen. Naar mijn mening is dit bij het betalen van de zogenoemde plus niet het geval, omdat de onteigende in ruil voor het ontvangen van een plus een tegenprestatie c.q. voordeel aan de overheid verstrekt. Dit voordeel zit hem in de kostenbesparing voor de overheid doordat zij niet de (dure) onteigeningsprocedure hoeft te doorlopen en de zekerheid verkrijgt dat zij tijdig over de grond kan beschikken. Anders geformuleerd, de overheid verstrekt dus niet eenzijdig een voordeel.

Concluderend is het naar mijn mening daarom zo dat het betalen van een plus ter voorkoming van onteigening niet gekwalificeerd kan worden als staatssteun en dus is toegestaan. Ik ben benieuwd naar reacties van de lezers van deze blog!