Kunnen onze koeien blijven grazen in de veenweidegebieden?

dinsdag 23 juli 2019 Geschreven door Addie Streefkerk
De veehouders in de veenweidegebieden hebben zorgen
over de bodemdaling en de klimaatopgave van het rijk om
de uitstoot van (koolstofdioxide) en CH4 (methaangas) te verminderen, omdat deze ontwikkelingen de voortzetting van hun bedrijven in gevaar brengt. Het centrale doel van het Klimaatakkoord is om de opwarming van de aarde tegen te gaan en de nationale uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 49% te verminderen.[1]
 
Onderzoek behoud veeteelt in veenweidegebied
Op 27 juni 2019 is het onderzoek gepubliceerd dat LTO Noord en LTO Nederland hebben laten uitvoeren naar het draagvlak voor het behoud van de veeteelt in de veenweidegebieden onder iets meer dan 1.000 Nederlanders. Ongeveer driekwart van de Nederlanders vindt het behoud van het veenweidelandschap belangrijk. De meest genoemde argumenten hiervoor zijn dat het veenweidegebied hoort bij Nederland, het gebied belangrijk is voor de boeren en dat moeraslandschap als niet aantrekkelijk wordt gezien. Daarbij speelt mee dat het behoud van de veeteelt op de veenweidegebieden belangrijk is voor toerisme en recreatie in Nederland. [2]
 
Wat is het probleem?
Het probleem is dat de bodem in de veenweidegebieden inklinkt als gevolg van het verlagen van de waterstand. Hierbij speelt een tweetal processen een rol. Ten eerste bevat veengrond een grote hoeveelheid organisch materiaal. Door verlaging van de waterstand met als gevolg blootstelling aan de zuurstof in de open lucht wordt deze afgebroken, wat voor vermindering van volume en uitstoot van koolstofdioxide en methaan zorgt. Ten tweede worden de deeltjes in de grond meer bijeen gedrukt wanneer de waterspanning wegvalt. Ook dit heeft inklinking en daarmee bodemdaling tot gevolg. Om deze grond te kunnen blijven gebruiken als grasland moet de waterstand de bodemdaling volgen. Het beleid van de waterschappen is er sinds decennia op gericht dat het waterpeil op een zodanige stand wordt gehouden dat de veeteelt in de veenweidegebieden gecontinueerd kan worden. Echter, bij het voortzetten van het huidige beleid zal de uitstoot van schadelijke gassen niet verminderen en wordt geen bijdrage geleverd aan de doelstellingen uit het Klimaatakkoord.
 
Het inklinken van het veen en het verminderen van de uitstoot van schadelijke gassen kan tegengegaan worden door het waterpeil te fixeren of juist te verhogen. Het resultaat daarvan is dat de grond drassiger wordt. Beweiding van vee wordt moeilijker en wellicht op termijn onmogelijk.
 
We kunnen inmiddels vaststellen dat er steeds meer aandacht wordt besteed aan de gevolgen van de bodemdaling. Onlangs is een interessant rapport over deze problematiek verschenen en heeft minister Schouten bekend gemaakt dat de regiodeal in het Groene Hart rond is. 
 
Onderzoek 'Haren kost geen tijd'
Begin juli 2019 heeft prof. dr. C.P. Veerman een advies geschreven in opdracht van de provincie Noord-Holland over het zoeken naar maatschappelijk draagvlak voor slappe grond.[3] De daling van de bodem door het inklinken van het veen en het vrijkomen van schadelijke gassen voor het klimaat vormen zoal hierboven is aangegeven het probleem. De oorzaak is dezelfde: de steeds verdere verlaging van het waterpeil om de draagkracht van de bodem te doen behouden. De omvang van dit probleem is groot zowel in oppervlakte en maatschappelijke impact als in financiële zin en tijd.
 
Veerman stelt dat de bodemdalingsproblematiek prioriteit moet krijgen. Er is noodzaak om op korte termijn een aantal fundamentele beslissingen te nemen. 'Bij het nemen van maatregelen tegen verdere verzakking krijgen we, zo valt te beluisteren, de positieve klimaat doelstellingseffecten 'er gratis bij.'' Dit toont de prioriteit aan aldus het advies.
Uit de gesprekken die Veerman heeft gevoerd is verder gebleken dat de boeren voor het bereiken van het uiteindelijke doel onmisbaar zijn. Zij beschikken immers over de grond.

De aanbevelingen in het advies zijn (kort weergegeven):
  • zet in op versterking in omvang en snelheid van het onderzoek naar technisch mogelijke oplossingen om de deformatie van de veenlagen af te remmen of te beperken;
  • intensiveer het onderzoek naar alternatief bodemgebruik;
  • kies een zorgvuldig voorbereide en op maat gesneden aanpak per gebied;
  • start op korte termijn met een aantal voorbeeldprojecten om ervaring op te doen.
 
Brief minister inzake regiodeal Groene Hart
Op 15 juli 2019 heeft minister Schouten (natuur/landbouw) een brief gestuurd aan de Tweede Kamer dat de regiodeal bodemdaling Groene Hart rond is. De rijksoverheid en acht regionale partners (gemeenten Alphen aan den Rijn, Gouda en Woerden, de provincies Zuid-Holland en Utrecht en drie waterschappen) leveren 20 miljoen euro om het probleem van bodemdaling in het groene gebied tegen te gaan.[4]
 
Onzekerheid bij boeren
Wij constateren dat boeren, in de veenweidegebieden maar ook in de akkerbouwgebieden, onzeker zijn over het op lange termijn kunnen blijven beweiden van vee en/of telen van gewassen. Ook op korte termijn kunnen problemen ontstaan als het waterpeil éénmalig flink wordt verhoogd en (onevenredige) schade veroorzaakt. Boeren kunnen dan bijvoorbeeld te maken krijgen met hoge kosten wanneer het drainagesysteem onder het verhoogde waterpeil komt te liggen, en zij dit moeten laten vervangen. Een andere kostbare oplossing is bijvoorbeeld het aanbrengen van een infiltratiesysteem, waarmee het waterpeil geregeld kan worden afhankelijk van de verschillende jaargetijden en weersomstandigheden. Dit zijn onverwachte kosten waarmee in de bedrijfsvoering mogelijk geen rekening is gehouden. Andere opties zijn bedrijfsverplaatsing of bedrijfsbeëindiging, afhankelijk van de langetermijnplanning van het bedrijf.
 
Ondernemersrisico
Elke ondernemer heeft te maken met risico's en moet rekening houden met voorzienbare omstandigheden die tot schade kunnen leiden. De vraag die momenteel bij maatregelen als peilverhoging voorligt is of deze maatregelen tot het normale ondernemersrisico gerekend moeten worden of dat er sprake is van een onevenredige schade als gevolg van overheidsingrijpen en al dan niet gecompenseerd zou moeten worden.  

Zorg dat u vroeg betrokken bent
Ons advies aan de boeren die het betreft luidt: ga in gesprek met het waterschap of provincie over de (onevenredig) nadelige gevolgen voor uw bedrijf. Zorg ervoor dat u vroeg in het proces betrokken bent en wacht niet tot er daadwerkelijk besluiten zijn genomen en schade zal optreden. Wij kunnen u daarin bijstaan met deskundigenadvies. Daarbij mag van de waterschappen en provincies enerzijds verwacht worden dat het beleid gericht is op het algemeen belang van het beperken van de inklinking van de veenweidegebieden en als bijkomend effect het verminderen van de uitstoot van schadelijke gassen, maar dat zij zich anderzijds ook inzetten voor een goede en tijdige oplossing voor de boeren.