Een ondergrondse leiding in mijn land: mag ik nog bouwen of verbouwen?

maandag 17 december 2018 Geschreven door Addie Streefkerk
Inleiding
Nederland heeft circa 20.000 kilometer ondergrondse
leiding voor gevaarlijke stoffen1 . Er bestaat een gerede kans dat ook door uw grond een buisleiding loopt of dat er een buisleiding in de grond van uw buren ligt. Voorbeelden van buisleidingen zijn hogedruk aardgasleidingen, buisleidingen met brandbare vloeistoffen en buisleidingen met andere gevaarlijke (chemische) stoffen. In deze blog ga ik in op de vraag of deze leidingen extra beperkingen met zich mee brengen en wat is daarin de betekenis van de Zakelijk Recht Overeenkomst?

Het bestemmingsplan
De bouw- en gebruiksmogelijkheden van gronden zijn vastgelegd in een bestemmingsplan of een inpassingsplan. Behalve veel voorkomende enkelbestemmingen, zoals 'Agrarisch' of 'Tuin', wordt bij de aanwezigheid van een ondergrondse leiding, een dubbelbestemming toegekend, zoals dubbelbestemming 'Leiding – Gas', of 'Leiding – Watercondensaat'. De gebieden waar een risico aanwezig is, zijn in het bestemmingsplan aangewezen als 'veiligheidszones'. Afhankelijk van de aard van de leiding wordt de breedte van de veiligheidszone bepaald. Binnen deze veiligheids-zones gelden bouw- en/of gebruiksbeperkingen vanwege het risico voor de veiligheid van personen. Voor het vergunningvrij bouwen zijn regels opgenomen in artikel 2.3 van het Besluit omgevingsrecht (Bor).

Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb)
Het Bevb is een algemene maatregel van bestuur, waarin veiligheidsnormen worden opgelegd aan gemeenten en andere overheden die besluiten nemen over buisleidingen die een risico vormen voor personen die in de omgeving wonen of werken. Ook zijn in het Bevb voorschriften opgenomen voor de leidinglegger die een zorgplicht heeft. Deze normen worden vertaald in de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het bestemmingsplan en in de voorwaarden van de leidinglegger. Het Bevb moet bij aanwezigheid van een buisleiding altijd worden geraadpleegd, omdat aanscherpingen in dit besluit niet altijd al zijn doorgevoerd in het bestemmingsplan.

In het Bevb wordt onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico en het groepsgebonden risico.
  • Het plaatsgebonden risico: de kans dat iemand op een bepaalde plek binnen het invloedsgebied van het bedrijfsterrein of van de leiding overlijdt door een calamiteit met gevaarlijke stoffen;
  • Groepsrisico: de kans dat meerdere personen binnen het invloedsgebied van het bedrijfsterrein of leiding overlijden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen.

De beperkingen kunnen dus afhankelijk zijn van de aard van de beoogde bouw. Aan een kinderdagverblijf zullen in het kader van de beheersing van de risico's, hogere eisen worden gesteld dan aan een wagenloods.

Zakelijk Recht Overeenkomst
In de meeste gevallen heeft de leidinglegger in het verleden met de eigenaar (van destijds) een Zakelijk Recht Overeenkomst (ZRO) gesloten. In deze overeenkomst zijn de rechten en plichten van de eigenaar/gebruiker en de leidinglegger uitgebreid geregeld. Tegelijkertijd is vastgelegd welke vergoedingen u ontvangt als tegenprestatie. In de ZRO is doorgaans een uitgebreide opsomming gemaakt van wat u vooral niet mag of moet nalaten. In veel gevallen gaat dit verder dan de beperkingen die u krijgt als een gedoogplicht wordt opgelegd. De ZRO herbergt meestal ook meer beperkingen dan op grond van bijvoorbeeld het bestemmingsplan of het besluit externe veiligheid buisleidingen wordt bepaald.

Gedoogplicht
Als de leidinglegger en u geen overeenstemming bereiken over een ZRO, zal de Minister of ander bevoegd gezag een gedoogplicht opleggen. De Belemmeringenwet Privaatrecht biedt de grondslag voor die gedoogplicht. De gedoogplicht is een plicht te gedogen dat duurzaam of tijdelijk gebruik wordt gemaakt van een onroerende zaak door de legger c.q. beheerder van de leiding. In tegenstelling tot de ZRO, waar de vergoedingen worden overeengekomen, moet u in het geval van een gedoogplicht de kantonrechter verzoeken om de tegenprestatie van de leidinglegger vast te stellen. Doet u dat niet, ontvangt u geen vergoeding.

Wat mag wel en niet?
Als u als eigenaar van een stuk grond, waarin een leiding ligt of die nabij een leiding ligt, bouw- of verbouwplannen hebt, zijn de regels in het bestemmingsplan in eerste aanleg bepalend voor de vraag of u deze plannen kunt uitvoeren. Afhankelijk van de aard van de bebouwing kunnen de mogelijkheden verder ingeperkt worden door het Bevb. Ten slotte moet u de ZRO er op naslaan of daarin geen beperkingen zijn opgelegd, die verder gaan dan het bestemmingsplan en het Bevb. De ZRO geldt alleen voor uw eigen grond. Uw buurman kan geen afspraken hebben gemaakt die nadere beperkingen stellen aan uw grond. Op basis van het bestemmingsplan of de Bevb, kunt u wel te maken krijgen met beperkingen, ook al ligt de leiding niet in uw perceel.

Conclusie
De mogelijkheden voor bouw of verbouw van een opstal op uw eigendom, zijn primair afhankelijk van de regels in het bestemmingsplan. De Bevb kan hier verdere beperkingen aan stellen. Mogelijk geeft een ZRO of een gedoog-plicht nog verdere beperkingen. Op de verschillen tussen de beperkingen van een ZRO en een gedoogplicht kom ik in een latere blog terug.

1 Handboek buisleiding in bestemmingsplannen, Ministerie van Infrastructuur en Milieu, oktober 2016.