De Omgevingswet, marketing en de motie voor een nieuwe bestuurscultuur

vrijdag 30 april 2021 Geschreven door Peter Overwater en Diana Frikkee


Gisteren, 29 april 2021 is er in de Tweede Kamer een motie aangenomen die vraagt om een nieuwe bestuurscultuur met meer ruimte voor uitvoering, tegenmacht en vertrouwen in burgers.

Wat ons betreft had daarbij gemoeten een oproep om het proces van wetgeving te zien als met name een inhoudelijk proces. Waarbij er ook ruimte moet zijn voor het eventueel tussentijds afzien van een voorgenomen wet als blijkt dat het niet mogelijk is om het beoogde doel te realiseren, dan wel het wetsvoorstel niet uitvoerbaar blijkt te zijn.

Want hier is het wat ons betreft bij het proces van het tot stand komen van de Omgevingswet verschrikkelijk fout gegaan, het wetgevingsproces rondom de Omgevingswet is zo exemplarisch voor die bestuurscultuur waar de Tweede Kamer nu zegt vanaf te willen.

Er is in 2010 in het regeerakkoord ‘Vrijheid en Verantwoordelijkheid’ besloten tot het gaan opstellen van de Omgevingswet met als doel bundeling, vereenvoudiging, modernisering en versobering van het omgevingsrecht. Vanaf dat moment is de wetgevingsmachine in werking gesteld, maar minstens zo belangrijk is de volledige reclame-, marketing- en lobbykracht van de ministeries c.s. ingezet om het invoeren van de wet onvermijdelijk te maken.

Daardoor was er geen ruimte voor tegenmacht, die vanaf het begin de vraag heeft gesteld of je niet beter al dat geld, de tijd en energie kon investeren in het verbeteren van de uitvoering, de bestaande Wro organisch aan te passen en gewenste verbeteringen m.b.t. grondbeleidsinstrumenten door te voeren in de bestaande wetten.

Door het door de politieke verantwoordelijken blindelings vasthouden aan het gestelde doel en het zich door de ministeries (tegen beter weten in?) daar aan blijven conformeren, was er ook geen ruimte voor de tijdens het wetgevingsproces opgekomen vraag of de doelstelling van ‘eenvoudiger beter’ wel gehaald zou worden. Ook was er geen ruimte voor de twijfels die werden geuit over het kunnen behalen van de digitale doelstellingen en met betrekking tot de financiĆ«le consequenties met name voor gemeenten.

Toen de minister de druk van buiten m.b.t. de vraagtekens over het behalen van de digitale doelstellingen ten tijde van de beoogde invoeringsdatum van toen 1 januari 2021 niet langer kon weerstaan, leidde dat niet tot een heroverweging, nee men koos ervoor om de lat met betrekking tot de digitalisering lager te leggen en dan maar te koersen op een invoering per 1 januari 2022.

Alleen omdat men nu stuit op het ook niet voldoen aan de lagere doelstelling voor het digitale systeem (DSO) en duidelijk is dat de rekening voor gemeenten veel en veel hoger uit zal vallen dan beloofd, gaat naar onze stellige verwachting nu ook de invoering per 1 januari 2022 niet door. Dat betekent dat de invoeringsdatum dan voor de derde de keer zal zijn uitgesteld, eerder van 2018 naar 2019 naar 2021 en nu dus naar 2022!

Als het nieuwe kabinet serieus werk wil maken van het gaan toepassen van een nieuwe bestuurscultuur ontkomt zij er nu niet aan om dan alsnog de vraag te beantwoorden of de oorspronkelijke doelstelling uit 2010 van de wet van ‘eenvoudig beter’ nog steeds de juiste is, of die doelstelling op basis van de voorliggende Omgevingswet wel behaald zal worden en of mede gezien de technische en financiĆ«le consequenties niet beter gekozen kan worden voor het niet invoeren, maar voor het alternatief.

Dat alternatief bestaat uit het verbreden van de reikwijdte van de Wro van een goede ruimtelijke ordening tot de fysieke leefomgeving en het verder organisch uitbouwen van de wet met gebruikmaking van de al wel gezette digitale stappen, het voluit inzetten op de noodzakelijke cultuuromslag bij de uitvoering van het omgevingsrecht en de verbeteringen uit de Aanvullingswet Grondeigendom m.b.t. de grondbeleidsinstrumenten door te voeren in de dan te behouden Onteigeningswet etc.

Waarbij het enorm zou helpen als niet de grootste inspanning zou gaan zitten in de politieke reclame, marketing en lobby maar zou gaan naar de inhoud, het maken van een goede wet voor Nederland.